De Eindhovense rekenmeesters: een masterclass in geld verbranden
In
Eindhoven hoef je je gelukkig nooit zorgen te maken over saai bestuur.
Nee, ons stadsbestuur blijft verrassen. Waar andere gemeenten zich
bezighouden met degelijke begrotingen en voorspelbare projecten, kiest
Eindhoven steevast voor spanning, sensatie en financiële cliffhangers.
Iedere raadsvergadering voelt inmiddels als een nieuwe aflevering van
Heel Holland Zoekt de Verdwenen Miljoenen.
Neem
nu de inmiddels legendarische fietsenkelder onder het Stationsplein.
Een project dat al jaren door de gangen van het stadhuis dwaalt als een
onafgemaakte IKEA-handleiding zonder schroefjes. Ooit begon dit
huzarenstukje met een bedrag van 18 miljoen euro. Een bedrag waarvan men
toen waarschijnlijk dacht: “Dat klinkt stevig, daar kunnen we vast een
gat voor graven.”
Maar zoals altijd bleek de werkelijkheid weer hinderlijk aanwezig.
In
2020 werd het ineens 30 miljoen euro. Gewoon hop, twaalf miljoen erbij.
Alsof iemand bij de gemeente per ongeluk een extra nul had ingevuld en
vervolgens dacht: ach ja, Eindhoven groeit toch. En nu blijkt de nieuwe
aanbesteding óók weer duurder uit te vallen dan begroot. Verrassing!
Niemand zag dit aankomen. Behalve werkelijk iedereen.
Wethouder
Stijn Steenbakkers meldde de gemeenteraad deze week doodleuk dat de
inschrijving van de aannemer “het budget overschrijdt”. Een prachtige
bestuurlijke formulering trouwens. Dat klinkt bijna alsof de aannemer
per ongeluk een paar euro te veel wisselgeld heeft gevraagd bij de
supermarkt. Terwijl we natuurlijk gewoon spreken over opnieuw miljoenen
extra belastinggeld die ergens in een Eindhovens afvoerputje verdwijnen.
Hoeveel
duurder het precies wordt? Dat mogen wij burgers nog niet weten. Want
ja, de “onderhandelingspositie”. Dat is tegenwoordig het magische woord
waarmee gemeenten alles geheimhouden behalve de openingstijden van het
stadskantoor.
Ondertussen mogen
inwoners wel gewoon blijven betalen, zonder precies te weten hoeveel
deze ondergrondse fietsenparkeer-tempel uiteindelijk gaat kosten.
Misschien eindigen we straks op vijftig miljoen. Of zestig. Ach, voor
hetzelfde geld bouwen ze er meteen luxe appartementen en een
wellnesscentrum bij.
En dan is dit nog maar één dossier.
Wie
de Eindhovense financiële avonturen van de afgelopen jaren een beetje
gevolgd heeft, weet dat dit college een indrukwekkend talent heeft
ontwikkeld: structureel verbaasd zijn over kosten die experts maanden
eerder al zagen aankomen. Het patroon is inmiddels vertrouwd:
1. Enthousiast plan presenteren.
2. Kritische vragen wegwuiven.
3. Budget verhogen.
4. Nogmaals verhogen.
5. “Niemand had dit kunnen voorzien.”
6. Externe evaluatie bestellen.
7. Gewoon doorgaan.
Het
begint inmiddels een serieuze vraag te worden of dit college wel
competent genoeg is om een stad als Eindhoven te besturen. Want een
incidentele misrekening kan gebeuren. Maar als bijna elk groot project
eindigt in financiële chaos, dan wordt onbekwaamheid langzaam beleid.
En
natuurlijk volgt straks weer het bekende toneelstuk: scenario’s worden
bekeken, gesprekken gevoerd, processen geëvalueerd en lessen geleerd.
Dat laatste horen we overigens al jaren. Eindhoven moet inmiddels de
meest geleerde gemeente van Nederland zijn.
Intussen groeit onder inwoners vooral iets anders: wantrouwen.
Niet
zo vreemd ook. Want hoe vaak kun je als bestuur nog roepen dat alles
“onder controle” is terwijl de rekening telkens opnieuw explodeert?
Zoals ik eerder al schreef op mijn blog in het artikel
“Hebben we nog wel vertrouwen in het Eindhovense stadsbestuur?”
begint de echte crisis in Eindhoven inmiddels niet meer financieel te worden, maar bestuurlijk.
Want
uiteindelijk draait goed bestuur niet alleen om mooie woorden, hippe
innovatieslogans en marketingpraatjes over de slimste regio van Europa.
Het draait om vertrouwen. En dat vertrouwen raakt steeds verder
ondergraven door bestuurders die miljoenenprojecten behandelen alsof het
een vrijblijvend groepswerkstuk op de HAVO betreft.
Maar goed, laten we positief blijven.
Misschien wordt die fietsenkelder uiteindelijk zó duur dat hij vanzelf cultureel erfgoed wordt.

Reacties