Aan de slag — maar met wat, precies?
Honderd dagen Kabinet-Jetten: een tussenstand die geen stand houdt
Hé, wist je dat het nieuwe minderheidskabinet inmiddels alweer honderd dagen aan de gang is? Honderd dagen! In politieke tijd is dat een eeuwigheid. Genoeg om een stad te bouwen, een wet door de Kamer te loodsen, of op zijn minst één concrete maatregel van papier naar praktijk te brengen. En toch.
Toch kijk ik naar het scorebord en vraag ik mij oprecht af: wat hebben ze eigenlijk bereikt? Want als ik heel eerlijk ben en dat ga ik vandaag zijn, want niemand anders doet het is het antwoord tamelijk pijnlijk: niet al te veel. De meest ingrijpende plannen houden geen stand zodra ze in aanraking komen met de werkelijkheid. En die werkelijkheid heet achtereenvolgens: de rechter, de oppositie, het stroomnet, en soms gewoon de zwaartekracht.
Het enige wat dit kabinet echt snel afkrijgt, is een goed ogend persbericht.
Een minderheid met een grote mond
Laten we beginnen bij het fundament. Premier Rob Jetten leidt een minderheidskabinet D66, CDA en VVD dat voor elke stemming op zoek moet naar steun buiten de eigen coalitie. Dat is op zich geen schande. Maar het vereist iets wat in Den Haag chronisch schaars is: pragmatisme, geduld en het vermogen om een deal te sluiten zonder er een speech over te houden.
In plaats daarvan krijgen we een regeerakkoord met de vrolijke titel "Aan de slag", gepresenteerd met de zelfverzekerdheid van iemand die nog nooit een Kamerdebat van binnenuit heeft meegemaakt. Honderd dagen later is die titel vooral een aanklacht geworden. Aan de slag jawel. Maar met wat, en voor wie, en wanneer eigenlijk?
Het asielbeleid: harde woorden, zachte uitkomst
Neem het asielbeleid. Dé prioriteit, het speerpunt, het thema waarmee dit kabinet de kiezer moest laten zien dat het ernst meende. De grenzen zouden strikter, de instroom beheersbaar, de procedures sneller.
Wat volgde was een aaneenschakeling van juridische tik-tak: maatregelen die sneuvelden bij de rechter, moties die het niet haalden in de Kamer, en Europese regels die zich hardnekkig weigerden aan te passen aan het regeerakkoord. Intussen kijkt men jaloers naar het zuiden. België ja, België, het land dat decennialang gold als het schoolvoorbeeld van bestuurlijke chaos heeft zijn asielaanvragen het afgelopen jaar met bijna 36 procent weten te verlagen. Meer dan het dubbele van het Europees gemiddelde.
Hoe? Door gewoon te doen wat je zegt. Terugkeerakkoorden sluiten. Gesloten centra openen. Uitvoering organiseren. Geen persbriefing, geen werkgroep gewoon beleid. Den Haag zou er eens een dagje naartoe kunnen rijden. Het is nog geen twee uur met de Thalys.
België doet wat Den Haag belooft. En dat zegt alles.
De sociale zekerheid: bezuinigen op de zwaksten
Dan de sociale zekerheid. De AOW-leeftijd omhoog dat was het plan. Nederlanders zouden langer doorwerken, de schatkist zou opgelucht ademhalen. Na één week Kamerdebat werd het plan met stille trom begraven. Vooruitgang geboekt? Nou ja het is in ieder geval niet slechter geworden.
Maar de WW-uitkering wordt wél ingekort. Minder maanden, meer druk op wie net zijn baan kwijt is. En de WIA de uitkering voor mensen die door ziekte of arbeidsongeschiktheid echt niet meer kunnen werken staat op de nominatie om versoberd te worden. Want de begroting moet sluitend. Want keuzes maken is nu eenmaal regeren.
Alleen: wie maakt de keuzes, en wie betaalt de rekening? In dit kabinet lijkt het antwoord steevast hetzelfde: degenen die het minst kunnen terugvechten.
Woningen bouwen? Prima. Maar de stroom is op.
En dan de woningmarkt, het andere grote thema. Tachtigduizend nieuwe woningen per jaar dat was de ambitie. Serieus, haalbaar, hard nodig. Nederland telt honderdduizenden mensen op de wachtlijst voor een huurwoning. De koopwoningmarkt is voor grote groepen al jaren onbereikbaar.
Maar hier stuit je op een hindernis die het kabinet blijkbaar niet zag aankomen: het stroomnet is vol. Niet een beetje vol propvol. Netcongestie heet het in het jargon, maar wat het betekent is simpel: vanaf 1 juli 2026 kunnen nieuwe woningen in grote delen van het land niet meer worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Geen stroom. Geen warmtepomp. Geen inductiekookplaat. Geen laadpaal.
Je kunt tachtigduizend huizen bouwen. Je kunt ze ook niet verlichten. Het kabinet droomt van een duurzaam Nederland vol zonnepanelen op elk dak maar de stroom die je opwekt, past er niet meer in. TenneT zegt: wachtlijst. En de bouwambitie staat te kijken.
Aan de slag met bouwen. Alleen: waar haal je de stroom vandaan?
En nu?
Ik wil eerlijk zijn: een minderheidskabinet heeft het niet makkelijk. Je hebt voor elke stap steun nodig die je niet automatisch hebt. Je bent afhankelijk van oppositiepartijen die er geen enkel belang bij hebben jou te helpen slagen. Dat verdient enig begrip.
Maar begrip is geen vrijbrief. Honderd dagen is honderd dagen. En de vraag die ik, en met mij een heleboel andere Nederlanders, na honderd dagen mag stellen is deze: wat staat er nu anders dan op de dag dat jullie aantraden?
Het antwoord, zo eerlijk als ik kan zijn: het AOW-plan is van tafel. Dat is goed. Verder is er vooral veel overlegd, veel onderzocht, veel gemonitord en veel gepland. PRO de fusie van GroenLinks en PvdA schreeuwt terecht van de oppositiebanken dat dit asociaal beleid is. Jetten knikt begripvol en vraagt om meer tijd.
Meer tijd. Alsof honderd dagen niet genoeg was voor een eerste concrete stap.
Kabinet — hoeveel tijd hebben jullie nog nodig?
Wij wachten. Maar niet eeuwig.

Reacties