Bonden voeden onvrede bij ASML
Ik ben geen grote fan van ASML maar dil ik toch wel even kwijt na het lezen van diverse berichten in de media de afgelopen weken.
De onrust bij ASML is opnieuw opgelaaid, en dit keer harder dan het bedrijf zelf had durven vrezen. Waar de directie dacht dat de emoties na de reorganisatieaankondiging van 28 januari wel zouden zakken, staan er inmiddels meer mensen op de barricaden dan bij de eerste actie. De tweede protestbijeenkomst trok volgens ASML 1500 tot 2000 werknemers; de vakbonden spraken zonder blikken of blozen over 2000 tot 3000 deelnemers.
Dat verschil in telling is veelzeggend. Het vertrouwen is niet alleen weg het wederzijdse wantrouwen is inmiddels een hoofdrolspeler in het hele dossier.
Het vertrouwen is weg” en de cijfers liegen niet
ASML presenteerde onlangs de interne resultaten van een onderzoek naar het sentiment onder personeel. Die cijfers waren allesbehalve geruststellend.
Voor een bedrijf dat zijn succes altijd baseerde op saamhorigheid, trots en innovatiecultuur, is dat een mokerslag.
De vakbonden hameren op het geld maar slaan de plank mis
Wat de discussie inmiddels verder doet ontsporen is de beeldvorming dat de vakbonden, waaronder FNV, gretig blijven herhalen: ASML is rijk, dus de ontslagvergoedingen moeten hoger. In toespraken klinkt het alsof medewerkers bij een goudmijn op een “schandalig karig” fooitje worden getrakteerd, simpelweg omdat het bedrijf winstgevend is.
Maar die beeldvorming klopt juridisch én maatschappelijk niet.
Nederland heeft niet voor niets de transitievergoeding ingevoerd: een wettelijke norm die geldt voor iedereen. Of je nu werkt bij ASML of bij VDL, of bij grote instellingen als universiteiten, ziekenhuizen of overheidsorganisaties de basisvergoeding is gelijk.
Waarom?
Omdat de wet niet wil dat de waarde van jouw ontslagvergoeding afhangt van hoe dik de portemonnee van je werkgever is. Anders zou een werknemer bij een multinational automatisch duizenden euro’s méér krijgen dan iemand in exact dezelfde situatie bij een middelgrote werkgever. Dat zou niet solidair zijn, maar juist ongelijkmakend.
Grote bedrijven en instellingen houden zich aan dezelfde norm
Het is bovendien niet zo dat andere grote spelers royaal boven de wet zitten. Integendeel:
• Bij techbedrijven als NXP, Philips of Bosch Engineering wordt bij reorganisaties meestal óók gewoon gewerkt met de transitievergoeding waarbij er incidenteel beperkt van word afgeweken.
• Bij grote zorginstellingen is de transitievergoeding vrijwel altijd het plafond.
• Overheidsorganisaties? Die zijn nóg strenger: daar wordt vaak niet eens onderhandeld, maar strikt volgens wettelijke norm uitgekeerd.
Dat de vakbonden nu doen alsof ASML zich “misdraagt” omdat het niet ineens een Amerikaanse-style gouden parachute uitkeert, is op zijn minst selectief.
Polarisatie door vakbondsretoriek
Wat extra wringt: de retoriek van de bonden vergroot het idee dat er twee soorten werknemers bestaan.
Die bij rijke bedrijven die blijkbaar automatisch meer zouden moeten krijgen.
En de rest, die het met “slechts” de wet moet doen.
Die boodschap is niet alleen incorrect, maar wakkert ook onnodig polarisatie aan op de Nederlandse arbeidsmarkt. Werknemers bij instellingen, middelgrote bedrijven en industriebedrijven reageren steeds vaker met verbazing: Waarom zou een ASML’er recht hebben op méér dan wij, als de wettelijke norm voor iedereen gelijk is?
ASML heeft het communicatief verprutst maar dat ontslaat de bonden niet van hun verantwoordelijkheid
Natuurlijk heeft ASML zelf fouten gemaakt. De timing was beroerd, de uitleg onvoldoende, en het eerste onderhandelingsbod viel ronduit slecht. De top onderschatte hoe groot de impact zou zijn op een groep technisch hoogopgeleide, mondige medewerkers.
Maar juist in zo’n gespannen situatie zou je van vakbonden mogen verwachten dat zij nuance brengen geen brandstof.
In plaats daarvan blijven ze het “ASML is rijk” blijven herhalen, wetende dat het juridisch niet relevant is en maatschappelijk vervelend uitpakt. Het effect: hogere verwachtingen, meer frustratie, meer verwijdering. En dat terwijl duizenden andere werknemers in het land genoegen moeten nemen met exact dezelfde wettelijke vergoeding, zonder dat daar iemand met een megafoon voor ze staat te schreeuwen.
Hoe nu verder?
Als ASML het vertrouwen wil herstellen, zal het transparanter moeten worden, de ondernemingsraad serieuzer moeten betrekken en de toon scherper moeten afstemmen op het personeel. Maar de vakbonden zullen óók moeten erkennen dat hun boodschap ongelijkheidsdenken aanwakkert en de waarheid verdraait.
Want één feit blijft overeind:
De wet is voor iedereen gelijk ongeacht of je werkt bij een miljardenbedrijf, een ziekenhuis of een fabriek in de regio.
Dat ASML onder vuur ligt is begrijpelijk. Maar dat de bonden olie op het vuur blijven gooien met onhoudbare claims over ‘recht op hogere vergoedingen’, helpt niemand en lost al helemaal niets op.
Reacties