Mijn Ontmoeting met Johan Vlemmix – Een Sterrenkijker Zonder Telescoop

 



Je hebt ontmoetingen waarvan je denkt: dit maak ik dus maar één keer mee in mijn leven. Bijvoorbeeld wanneer je in de voormalige sterrenwacht in Hoeven zit een plek waar ooit mensen serieus naar het heelal keken en tegenover Johan Vlemmix zit, een man die qua kosmische impact zélf al genoeg buitenaards materiaal meebrengt om een hele telescoop waardeloos te maken.

Je kent hem wel. Heel Nederland kent hem wel. De man die altijd lacht alsof hij net tegen iemand heeft gezegd: “Kijk eens wat ik nú weer bedacht heb!” Die eeuwige giechel die je doet twijfelen of hij zenuwachtig is, of gewoon plezier heeft in het feit dat hij alweer gratis publiciteit krijgt. En geloof me: hij hoeft er niet eens moeite voor te doen. Johan ademt publiciteit. Als je naast hem staat, gaan je eigen poriën vanzelf open voor mediabelangstelling.


Soms heb je van die dagen waarop je denkt dat je leven een beetje begint te stabiliseren. Alles loopt rustig, een tikkeltje saai misschien, maar overzichtelijk. En dan totaal onverwacht gaat de telefoon. Niet tijdens een moment van stilte of rouw hoor, nee, altijd wanneer je net bij je familie op de bank zit, koffie hebt ingeschonken, en denkt: Laat ik eens normaal doen vandaag.
En natuurlijk stond er “onbekend nummer” op het scherm.

Ik dacht nog: Laat maar gaan. Vast weer zo’n vent die mijn energiecontract wil “herzien” terwijl hij zelf geen idee heeft hoe een kilowattuur eruitziet.
Maar mijn nieuwsgierigheid won. En daar klonk hij: die stem die je niet snel vergeet.

Johan.

De man, de legende, de wandelende anecdote, de enige Nederlander die zelfs in stilte ruimte weet te vullen. Jaren niets van hem gehoord, maar als hij belt, is het alsof hij nog in de kamer stond van de laatste keer dat je hem zag. Hij had mijn satirische WOZ-stuk gelezen, zei hij. “Leon, ik heb genoten.”
Het woord gecharmeerd gebruikte hij. Dat is typisch Johan — als anderen schaterlachen, zegt hij “gecharmeerd.”

Hij was er vol van: mijn kritiek op de WOZ-aanslag, mijn cynische opmerkingen over die digitale brievenbus die tegenwoordig fungeert als de officiële landingsplaats voor slecht nieuws. Ik zei hem dat ik al langer vond dat er een luchtje zat aan dat hele WOZ-systeem, een geur die je niet kunt verklaren met een lekkende riolering of vergeten visafval. Het is de geur van belastingpolitiek, en geloof me, daar hangt geen parfumwinkel vol mee.

Maar via de telefoon werkt dat niet. Niet met Johan. Niet met mij. Niet met iemand die drie minuten nodig heeft om “Hallo Leon” uit te spreken.
Dus zei ik: “Ik kom wel langs.”

De ontmoeting het soort gesprek dat je niet plant, maar waar je wél je hele notitieboek aan vol schrijft

Ik stapte bij hem binnen en dacht meteen: dit is geen gesprek, dit wordt een hoofdstuk. Misschien zelfs twee. Want Johan is niet iemand die een onderwerp bespreekt; hij beleeft het. Hij vertelde dat hij zelf ook in de WOZ-molen was beland. Niet zomaar een aanslag, nee eentje met cijfers waarvan ik acuut een zenuwtrek krijg.

En het mooiste: hij wilde er echt over praten. “Leon, van dat hele WOZ-gebeuren klopt geen hout,” zei hij.
Nou, dat was ongeveer hetzelfde als tegen een brandweerman zeggen: “Kijk, daar staat een huis in de fik — zou je daar iets mee kunnen?”
Tuurlijk kan ik daar iets mee.

We gingen zitten en even leek het alsof we, twee oudere heren, een soort informele commissie vormden. De Commissie van Heldere Gedachten. De enige commissie die de overheid nooit zal oprichten, want wij zouden binnen een kwartier ontdekken dat het hele systeem ongeveer net zo transparant is als modder na een regenbui.

De WOZ — de belastingvariant van Russische roulette

Wij waren het snel eens: de WOZ is tegenwoordig geen waardebepaling meer. Het is een gokspel waarbij de gemeente de dobbelstenen vasthoudt.
Eén kant op rolt nét wat minder dan vorig jaar.
Andere kant op rolt BOEF! — jouw huis is opeens “in waarde gestegen”, al is de enige verbouwing die je hebt gedaan het vervangen van een keukenla die al tien jaar scheef hing.

Maar Johan had het natuurlijk weer net iets kleurrijker. Zijn getallen waren zó spectaculair dat ik bijna dacht dat de WOZ-afdeling op de gemeente heeft besloten zijn naam te gebruiken als cijfergenerator. “Het zal wel kloppen,” dachten ze daar. “Het is Johan, daar hoort chaos bij.”

En toen zei hij, met die kenmerkende zekerheid:
“Leon, je moet dit gewoon opschrijven.”

Dat is dus precies iets dat je niét tegen mij moet zeggen, tenzij je het meent. Want dan doe ik dat. Dan krijg je een verhaal waar je u tegen zegt, waarin satire en werkelijkheid hand in hand lopen alsof ze samen op dansles zitten.

De nieuwe Hollandse melkkoe — en wij mogen melken

Ik zei tegen Johan: “Weet je wat het is? De WOZ is de nieuwe Hollandse melkkoe.”
Hij knikte.
Want het systeem groeit vanzelf, zonder dat er iemand wat hoeft te doen. Huizen mogen instorten, schimmels mogen floreren, daken mogen lekken: de waarde gaat tóch omhoog.
En wij maar dokken.
Wij zijn de vrijwilligers die de emmer eronder houden en dan ook nog braaf “dank u wel” zeggen als de aanslag op de mat valt.

Wij spraken over de absurditeit dat de WOZ niets zegt over je huis, maar alles over de gemeentelijke begroting. Als het geld opraakt, hop — jouw huis is opeens een villa.
En als je ooit dacht dat inflatie snel ging, wacht maar tot je de WOZ-brief ziet.

Johan, memoires & mijn AOW'tje

We kwamen ook op het idee dat Johan eigenlijk zijn memoires zou moeten schrijven.
Niet omdat hij oud is nee, omdat zijn leven een soort Netflix-serie op zichzelf is. Maar goed, iemand moet die memoires natuurlijk schrijven. En met mijn AOW’tje kun je tegenwoordig nog net een doos eieren kopen en twee pakken vla.
Dus ja, ik heb al aangeboden om zijn biograaf te worden.
Niet omdat ik rijk wil worden, maar omdat amusement óók betaald mag worden.

En wat nu?

Wat Johan ervan vindt?
Ach, die belt wel weer.
En als hij niet belt, komt hij vanzelf weer boven drijven in een nieuw hoofdstuk dat zich aandient. Want één ding weet ik zeker:

De WOZ is de nieuwe melkkoe.
En Johan en ik?
Wij blijven toekijken, analyseren en vooral — lachen.
Want anders kun je er alleen maar om huilen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

5 Maanden Stijn Steenbakkers in de Eindhovense Schijnwerpers

Ja hoor, ook deze blogger moet er weer aan geloven

Koffie met Stijn