Ja hoor, ook deze blogger moet er weer aan geloven
Het is zover: ook jullie altijd vrolijke, altijd nuchtere, altijd piekfijn functionerende blogger mag weer onder het mes. Waarom? Omdat mijn rechterschouder — ooit een toonbeeld van kracht en soepelheid — nu officieel tot de categorie “oud ijzer” behoort.
En nee, dat is niet omdat ik er zo hard mee heb gewerkt. Het is gewoon ouderdom. Of zoals ze het in het Máxima Medisch Centrum in hun mooiste Latijn noemen: supercalifragilisticexpialidose-slijtage van het acromioclaviculaire gewricht. Of zoiets.
Ik noem het gewoon: het spul is versleten.
Eerst twee spuiten bij de huisarts, daarna twee maanden geleden een echogeleide injectie. Dat was geen klein prikje maar een soort medicijnkanon waar je normaal een flinke stier mee onderuit haalt. Het werkte, jawel, maar na zes weken was ik weer terug bij af en stond mijn schouder weer vrolijk in brand. Vandaar nu dus: opereren.
Wat ze gaan doen? Heel simpel: ze zagen twee centimeter van mijn sleutelbeen af en schrapen wat artrose weg alsof het aangekoekte troep onder een pannendeksel is. Ik accepteer mijn lichaam inmiddels maar als een bouwpakket uit de kringloop: functioneert meestal, maar de onderdelen rammelen aan alle kanten.
Vandaag ben ik naar de Pre Operative Screening geweest in Veldhoven. Alleen al de wandeling van het parkeerterrein naar Route 30 was een test op zich. Ik had het idee dat ik dichter bij de parkeergarage van ASML liep dan bij het ziekenhuis. Maar goed, ik kwam met vlag en wimpel door de keuring heen. Zelfs dat CTG-ding (waarvan ik nog steeds niet snap wat het met een schouder te maken heeft) werkte prima.
De lieve verpleegkundige stelde me gerust, vertelde wat er gaat gebeuren en meldde me op de wachtlijst aan. Binnen drie maanden willen ze wel een sneetje van vier centimeter zetten in mijn goddelijke, maar inmiddels wat afgeleefde lichaam.
Ik vroeg natuurlijk of ze tijdens de operatie wat gezellige foto’s konden maken. Voor het blog, voor de volgers, voor de geschiedenis. Dat moest ik ter plekke regelen, zei ze. En vooral vóórdat ze me propofol geven, want daarna ben ik waarschijnlijk alleen nog geschikt als figurant in The Walking Dead.
Tot slot: de mensen in de zorg zijn echte toppers. Ze doen wat ze kunnen. Alleen op de polikliniek is de bezetting soms zo dun dat je je afvraagt of er onderweg drie medewerkers zijn ontvoerd. Dan ontstaat er wat wrevel, maar ja, het wordt nooit meer zoals vroeger. Vroeger was niet beter, maar wel anders.
Wordt vervolgd zodra ik met mijn operatiemuts op, in die koude kille kamer lig en hoop dat ik nog weet dat ik foto’s moest vragen voordat ik onder zeil ga.
LK

Reacties